Tocht over Sardinië

De dag voor kerst arriveren we moe, maar met veel zin op Sardinië. Sascha’s grootvader heeft 25 jaar aan de oostkust in Baunei gewoond, en zijn huis is nog te gebruiken voor familie en vrienden. Zijn kleine blauwe Fiat staat standaard geparkeerd bij het vliegveld bij Olbia, dus die halen we eerst op. Voordat we naar Baunei gaan besluiten we kerstnacht meteen speciaal te maken. Sascha kent de oostkust een beetje en leidt ons naar Cala Gonone. Deze plek met rotswanden aan de kust staat bekend om de vele klimroutes en grotten om te overnachten. We laten de auto’s achter in het dorp en hiken met onze slaapzakken en klimgordels naar de beste plek. Sascha en Thies zijn ervaren klimmers en hebben een eigen touw, en wij krijgen de smaak ook weer te pakken. Klimmen op een rotswand met de zon op je rug en de zee onder je is immers veel gaver dan klimmen in de hal zoals we eerst deden. Pip moet er nog even aan wennen: ze vindt het maar niets dat haar baasje ineens buiten haar bereik is en probeert Stef achterna te klimmen.

Rozig van het kampvuur (en de whisky) kruipen we 's avonds in onze warme slaapzakken. De grot is niet diep maar biedt bescherming tegen de wind. 's Ochtends worden we wakker met de eerste stralen van een vlammende zonsopgang op ons gezicht. Een betere manier om eerste kerstdag te beginnen kunnen we ons niet voorstellen. Na het ontbijt klimmen we nog wat routes en rijden dan door naar Baunei.

We blijven een dag of drie in Baunei. Het zijn relaxte dagen waarin we wat hiken, wat klimmen, maar vooral lekker eten en lezen. Het weer is zoals we gewend zijn op Sardinië in de winter: fris en zonnig. We willen graag meer van het eiland zien en stippelen een route uit langs een aantal bekende klimgebieden. We slaan eten in voor een paar dagen en rijden naar Cala Mosca, vlak bij de hoofdstad Cagliari. Dat geeft ons de gelegenheid om op oudjaarsdag een outdoor winkel te bezoeken en onze eigen uitrusting aan te schaffen: een touw van 80 meter, een helm en materiaal om onszelf te zekeren. Lisa krijgt les van Sascha zodat ze ook routes kan voorklimmen. Op rotswanden hangen normaal gesproken natuurlijk geen touwen klaar: je neemt al klimmende zelf je touw mee naar boven, waarbij je je om de 2 à 3 meter vastklikt aan de rotswand. Deze manier van klimmen vereist wat ervaring en is ook spannender dan normaal klimmen. Je begint daarom met routes die een stuk makkelijker zijn dan je normaal zou klimmen.

Omdat we vlak bij een stad zitten besluiten we ook oudjaardsnacht in een grot door te brengen. We zijn net te ver weg van de kust om veel te zien van het vuurwerk boven Cagliari, maar daar zit niemand echt mee. Nieuwjaarsdag is een dag als alle andere: ontbijten, gordel aan en de rotswand op. Een duik in zee brengt verfrissing aan het eind van de warme dag, en als de zon ondergaat rijden we naar onze volgende bestemming, Domusnovas.

Domusnovas is niet alleen een groot klimgebied, maar biedt ook een mooie kampeerplaats vlak onder de rotsen én een pizzeria op 100 meter afstand. Daar maken we natuurlijk gebruik van. Die avond ontmoeten we twee maffe klimmers uit Oostenrijk die vol zitten met bizarre verhalen. De avond eindigt met zelfgestookte venkellikeur, dronkemansliederen en nog meer pizza. De volgende ochtend heeft Lisa een flink ei op haar enkel. Rennen over rotsachtige grond is blijkbaar niet zo'n goed idee, zeker niet in het donker. Ze besluit het maar even aan te kijken. Als we tegen de middag Domusnovas verlaten is er nog geen teken van leven van de Oostenrijkers te bekennen, maar later krijgen we een smsje dat de avond samenvat: "Multo periculoso!"

Na een bevoorradingsstop in Iglesias wacht het volgende avontuur op ons in Masua, een klein plaatsje aan de zuidwest kant van het eiland. We volgen een zandweg vol kuilen die de bus doen dansen, naar een klein dennenbos vlak langs een kiezelstrand. We vinden een mooie plek voor de bus en de kleine fiat en een uur later maken we ons weer klaar om nieuwe rotsen te beklimmen. Het is een mooie dag en het rotsklimmen biedt nog een ander voordeel: een prachtig uitzicht over de baai. Die nacht worden we echter wakker van onweer en heftige windstoten. Ondanks de bescherming van het dennenbos staat de bus te schudden in de rukwinden van de mistral die 's nachts op is komen zetten. Stef gaat naar buiten om te kijken hoe het Sascha en Thies vergaat, die op het dak van de bus in de daktent slapen. Ze hebben nog geen oog dicht gedaan en zijn al bezig om hun spullen in te pakken. We slapen nog een paar uur verder, met zijn allen op het grote bed in de bus. We hebben wel eens getwijfeld of een bed van 2 bij 2 niet wat overdreven is, maar het komt nu goed van pas.

De volgende ochtend worden we wakker met uitzicht op een woeste zee. Het is tijd om richting het noorden te gaan: Sascha en Thies moeten de boot naar Livorno halen. Na een uur rijden stoppen we bij een kustplaats. Ook hier slaan de golven woest over de keringen heen, en we stappen uit om het van dichtbij te bekijken. We besluiten daar afscheid te nemen van onze vrienden: de bus gaat niet zo hard door de bergen en wij hebben geen haast. We hebben alweer een erg leuke tijd gehad, en het begint bijna een vaste prik te worden. Onze vriendschap is gebaseerd op dit soort vakanties: we zien elkaar nooit in het dagelijks leven. We weten niet wanneer we elkaar weer zullen zien, maar het zal ongetwijfeld weer een nieuw avontuur zijn!