Roccabranca

Deze keer een post over onze laatste maand op Sardinië. In totaal hebben we 7 weken op het eiland doorgebracht. De eerste weken rondtrekkend met onze vrienden in de bus, en de laatste 4 weken op de boerderij van Salvatore. We voelen ons inmiddels aardig thuis hier. We hebben Sardinië ervaren als een prachtig, ruig eiland, en de bewoners als vriendelijk en behulpzaam.

Ons doel is zoveel mogelijk te leren op deze reis, en om verschillende culturen en landschappen te ontdekken. Als je alleen rondtrekt in een bus blijf je toch vooral een toerist, dus besluiten we lid te worden van WWOOF Italië. WWOOF is een internationale organisatie die vrijwilligers in contact brengt met biologische boerderijen. Als je lid wordt ben je een ‘wwoofer’ en krijg je een lijst van de boerderijen in een specifiek land. Italië heeft meer dan 300 farms op de lijst staan, dus er is keuze genoeg. In ruil voor het werk krijg je kost en inwoning. Op deze manier is wwoofen niet alleen heel leuk en leerzaam, maar ook heel goedkoop.

We hebben contact gelegd met Salvatore Pinna, die volgens de omschrijving wat achteraf woont, en ezels fokt. In de email geeft hij al aan dat hij op vakantie gaat, en dat wij in de tussentijd op zijn boerderij zouden kunnen passen. Dat zou ons de gelegenheid moeten geven wat voor onszelf te werken, dus dat zien we wel zitten. Naast ons is er nog een andere wwoofer, Kjell uit Noorwegen.

We ontmoeten ze vlak buiten Alghero, afgaand op de beschrijving die hij ons geeft: ‘I look like a priest, and the Norwegian looks like a Norwegian’. Als we aankomen leidt hij ons 6 km over een zandweg vol kuilen, tot we bij ‘Roccabranca’ aankomen, zijn landgoed van 16 ha. We ontmoeten Dieudonné, de man uit Congo die de vaste helper is. Roccabranca is prachtig gelegen in een vallei, omringd door een groene bergketen, en met uitzicht op de zee. Er zijn veel fruitbomen, amandelbomen en mastiekbomen, waarvan we later de besjes plukken en olie destilleren. Het huis wordt verwarmd met houtkachels, die zelfs op Sardinië in de winter de hele dag moeten branden. Ook voor je hete water moet je een vuurtje stoken. Als je het goed aan weet te houden heb je na 15 minuten 30 liter heet water om mee te douchen. Of je je haar kan wassen hangt dus af van hoe goed je vuur kan maken.

Een week na aankomst heeft Lisa nog steeds behoorlijk last van haar enkel. Om zeker te zijn wil ze naar een dokter, en vraagt of dat mogelijk is. Salvatore denkt even na en zegt dan, ‘Yes, I know one. It should be possible, he once stole my ox’. Wat dat betekent wordt niet uitgelegd, maar ze gaan op weg naar het ziekenhuis. Daar aangekomen kunnen ze niet geholpen worden bij de EHBO, omdat het langer dan 2 dagen geleden is dat het gebeurde. ‘OK, now I call the big boss’, zegt Salvatore. Het is nog niet helemaal duidelijk wat er gaat gebeuren, maar Salvatore belt en vervolgens kunnen ze doorlopen. In de wachtkamer ontmoeten ze een oude vriend van Salvatore, die meteen roept: ‘Ah, yes, Giovanni stole your ox!’ waarbij hij naar Lisa gebaart dat het een grote os was. Het verhaal blijkt dus waar te zijn: toen Salvatore 16 was heeft Giovanni, die nu een orthopeed is in het ziekenhuis, zijn os gestolen. Blijkbaar is niemand dat vergeten, en geeft dit Salvatore de mogelijkheid om nu om een gunst te vragen. Giovanni constateert een verrekte pees en zwachtelt Lisa’s enkel in. Er hoeft niets betaald te worden, en na 2 uur staan ze weer buiten.

Het werk dat we doen op de boerderij stelt niet veel voor: alles gaat ‘piano piano’, en als het regent blijven we binnen. Een van de mooi weer taken is het verzamelen van grote rotsblokken achterop zijn landgoed. Naar eigen zeggen bouwt hij hier zijn graf, en we zijn niet zeker of het weer een van zijn grapjes is. De ezels waren de voornaamste attractie, maar blijken geen enkele zorg nodig te hebben: ze zijn free range en zorgen voor zichzelf. Ze komen wel elke dag bij het hek staan, zachtjes balkend om oud brood en om geaaid te worden. De kippen zijn meer werk: ze zijn niet tevreden met hun hok en gaan tegen de avond steevast op de verkeerde (onveilige) plek zitten. Als je pech hebt is het al zo donker dat ze niet willen bewegen, en moet je ze een voor een naar hun hok dragen. Een andere taak is het voeren van de kippen op de andere boerderij. Het is een stukje rijden, en onderweg komen we een herder tegen die ons vertelt dat er een witte ezel geboren is. Ondanks de 70 hectare vinden we hem al gauw. Het kleine ezeltje lijkt niet helemaal in orde, en Salvatore besluit hem met zijn moeder naar Roccabranca te brengen zodat we ze in de gaten kunnen houden.

Ondanks dat we niet hard hoeven te werken, zijn het intensieve dagen. Er is geen duidelijk programma, en we laten ons maar mee voeren. Een tripje naar Alghero om boodschappen te doen bijvoorbeeld, is zelden alleen dat. Als eerst wordt een vriend opgehaald die met ons mee gaat naar een andere vriend die kerststalletjes bouwt. Ook hij gaat met ons mee. Vervolgens wordt er post opgehaald bij het appartement van Salvatore, gaan we langs familie die ons mee neemt om wijn te proeven, en ohja, we doen ook nog boodschappen. Over het algemeen zijn we met de lunch weer terug, want dat is de belangrijkste maaltijd van de dag. Een paar keer komt een vriend van Salvatore uitgebreid koken: vers gevangen vis, of wild zwijn. Alles komt uit de directe omgeving: vlees, vis, kazen, brood, wijn en olijfolie.

Na 2 weken vertrekt Salvatore naar de Filippijnen voor een maand, en blijven wij achter. Dieudonné is dan al vertrokken voor zijn jaarlijkse vakantie naar Congo om zijn vrouw en 10 kinderen op te zoeken. Salvatores vriend Mario blijft bijna elke dag lunch voor ons koken. Het is leuk om ook hem wat beter te leren kennen: hij is bijna het tegenovergestelde van Salvatore. Daarnaast komt de dierenarts nog langs, de mannen die ons geholpen hebben met het vangen van de ezels, en oude vrienden van Salvatore. Er blijft naast de zorg voor de dieren, uitgebreide lunch, het aanmaken en -houden van de kachels en het onverwachte bezoek verrassend weinig tijd over om echt te werken.

Na 4 weken is het tijd om verder te gaan, maar Roccabranca is een plek waar we graag naar terug zouden keren. We voelen ons hier inmiddels aardig thuis, en dat is een fijne gewaarwording als je geen eigen ‘thuis’ meer hebt. Ons volgende WWOOF adres is Agriturismo Due Papaveri op het vasteland, waar we opnieuw gaan ‘housesitten’. Een compleet andere omgeving dan Roccabranca, maar daarover volgende keer meer!